-
Fysieke handelingssnelheid
 
 
De term LTAPD omschrijft de volledige essentie waar het in jeugdopleiding zou moeten om gaan: meer voetbal-“atleten” opleiden.  We streven naar spelers die coördinatief goede bewegers zijn met en zonder bal.  We streven naar atleten die explosief zijn en dit gedurende een volledige wedstrijd kunnen volhouden.  We streven naar voetbalatleten met een hoge belastbaarheid.
 
Een trend is dat krachttraining steeds functioneler wordt ingevuld: minder en minder machinetraining, meer en meer met losse gewichten en in kinetische ketens, specifieker werk op het terrein in functie van explosiviteit (plyometrie).  Voordelen bij functionele krachttraining met losse gewichten in vergelijking met machinetraining zijn: meer techniek, coördinatie en rompstabiliteit nodig, betere transfer naar de sport, overal makkelijker toe te passen.  Het volledige lichaam wordt getraind.  Bij machinetraining zijn er veel meer nadelen zoals bijvoorbeeld: veel minder voetbalspecifiek (hoeksnelheden), nauwelijks rompstabiliteit nodig omdat slechts een beperkt deel van het lichaam moet werken.  Veel machines zijn ontworpen om spieren te trainen op een geïsoleerde manier en niet om sportspecifieke bewegingen te optimaliseren in kracht en snelheid.
 
Hierbij de link naar een heel interessante presentatie over functionele krachttraining in voetbal door Bram De Winne, physical coach in SV Zulte-Waregem:
 
 
Inspanningsfysioloog Peter Hespel liet in een nog recent voetbalartikel uitschijnen dat de basis- en voetbalconditie in het Belgisch voetbal veel beter kan: “Hoe beter de basisconditie, hoe minder kans op blessures.  Ik denk dat men in het Belgisch voetbal veel meer aan die basisconditie moet werken.  Voetbal is een sport waarbij uithouding een cruciale rol speelt, maar waar er bij de jeugd toch niet systematisch looptrainingen aan redelijke tempo’s ingelast worden.  In de nationale hockeyploeg trainen ze bijvoorbeeld meer op lopen terwijl voetballers dit eigenlijk meer nodig hebben.  Als voetbaltrainer is het in België niet steeds evident om een Spartaans regime op te leggen.  Toch lijkt het me logisch om in een voetbalcarrière systematisch aan de basisconditie te werken en daaraan te bouwen op lange termijn.”
 
"Voetbal is een loopsport binnen een teamgegeven die beoefend wordt met een bal."
 
De discussies over het trainen van voetbalconditie aan de hand van collectieve of individuele periodisering zijn altijd boeiend.  Uit ervaring leren we dat voetbalconditie trainen aan de hand van collectieve overloadprikkels nooit maximaal rendement haalt.  Voetbalconditie trainen in groep zal de ene speler te weinig belasten, een andere speler te veel, terwijl de rest de perfecte trainingsprikkel krijgt.  Logisch want de ene speler loopt op de anaërobe drempel 15 km/u terwijl een andere hierop slechts 11,5 km/u haalt.  De ene is een explosiever type dan de andere.  Bij collectieve overloadprikkels aan de hand van small-sided games kunnen we ons enkele bedenkingen maken: 
  • Relatief kleine veranderingen in de organisatie kunnen relatief grote veranderingen in fysieke prikkel veroorzaken.
  • De coaching kan een vrij grote impact hebben op de intensiteit van de vorm. 
  • De controle van de intensiteit gebeurt steeds pas achteraf.
  • De intensiteit tijdens een partijtje is controleerbaar, maar moeilijk stuurbaar per speler.
  • Wat indien er te zwaar of te licht werd getraind?  Wat dan de volgende training?
 
Ook Renaat Philippaerts, huidig physical coach bij Al Shabab FC in Saoedi-Arabië, is van oordeel dat conditionele eigenschappen beter apart worden getraind, wel voldoende functioneel en voetbalspecifiek, maar niet meteen in kleine partijvormen:  "Apart zijn ze individueel veel beter op te volgen en te monitoren.  Er kan meer aandacht worden geschonken aan de atletische vorming van elke speler individueel."  
 
Ik sluit me bij deze denkwijze graag aan... 
Binnen een teamsport als voetbal hebben we steeds te maken met heterogene groepen: spelers komende uit revalidatie, spelers met een veel betere of net mindere voetbalconditie, explosieve en duurtypes, grote verschillen in maturiteit, andere sterktes en zwaktes.  Alle spelers hetzelfde trainingsprogramma laten afwerken, is dan ook niet logisch als we er willen naar streven om elk individu een zo maximaal mogelijke progressie te laten boeken op fysiek vlak.  Bij een collectieve periodisering kiezen we er meestal voor om uithouding te trainen aan de hand van wedstrijdvormen of andere voetbalvormen zoals pass- en trapvormen of positiespelen.  Een collectieve periodisering is echter nooit op het lijf geschreven van alle spelers en mag dus geen doelstelling op zich zijn.  Wel kan het een vertrekplatvorm zijn om in cycli van 4 of 6 weken telkens te werken van herstelcapaciteit (extensieve en intensieve duur) naar herstelvermogen(extensieve en intensieve interval).  Het zuiver individueel benaderen is moeilijk voor trainers die er alleen voor staan en bovendien slechts twee of drie keer per week trainen.  Terecht verkiezen zij dan om het trainen van voetbalconditie te koppelen aan voetbalechte spelsituaties en spelvormen.  En toch…
 
Wat meer inzicht in het trainen van uithouding op een intermitterende manier kan er misschien voor zorgen dat alle spelers sneller progressie maken, hun mogelijkheden op langere termijn meer ten volle benutten.  Op lager niveau kan intermitterend lopen een vorm van huiswerk zijn, uiteraard in underload, die we aan de gemotiveerde spelers meegeven om één of twee keer per week te doen. Teams die vier keer per week of meer trainen, zouden regelmatig intermitterende loopvormen moeten krijgen op de club.
 
'Intermitterend de voetbalconditie trainen' zal een onderdeeltje zijn van het boek "Handelingssnelheid in voetbal".  Bedoeling ervan is om trainers meer inzicht te geven in deze manier van individueel de voetbalconditie trainen zodat we meer kunnen halen uit elke speler.
 
 
 
    
Website Builder mogelijk gemaakt <br/>door  Vistaprint
Website Builder
mogelijk gemaakt
door Vistaprint